Planbeoordeling

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft in 2019 een document gepubliceerd, waarin de uitgangspunten en overwegingen bij het beoordelen van wijzigingsplannen staan vermeld. Stichting Advisering Monumenten & Ruimtelijke Kwaliteit Brabant werkt conform deze monumentenvisie.

Monumentenzorg is geen statisch gebeuren,waarbij volgens een vast stramien wordt gewerkt. Elk monument is namelijk uniek en heeft zijn eigen identiteit. Daarnaast is het van belang dat steeds goed wordt gekeken wat de wijzigingsplannen behelzen en waarop het plan is gebaseerd. Al naar gelang de opgave kan de nadruk verschillen. Zo kunnen bij maatregelen voor instandhouding van het monument vooral het behoud van waardevolle materialen ende restauratiekwaliteit belangrijk zijn, terwijl het bij herontwikkeling of uitbreiding gaat om het vinden van een goede balans tussen bestaand en nieuw. In de praktijk is meestal sprake van een combinatie van argumenten, omdat veelplannen voor monumenten verschillende soorten ingrepen bevatten.

Uitgangspunten voor een goede monumentenzorg

Allereerst zijn er algemene uitgangspunten die betrekking hebben op de waardering van en de omgang met monumenten:

Monumenten veranderen
Monumenten zijn geen statische objecten. Net als andere gebouwen en structuren kunnen zij worden aangepast aan eisen van nieuw gebruik, voortkomend uit ontwikkelingen in de maatschappij. Zulke veranderingen zijn noodzakelijk. Het cultureel erfgoed kan nu eenmaal het beste in stand worden gehouden wanneer het een functie heeft in de samenleving en wordt gebruikt.

Monumentenvragen maatwerk
Elk monument heeft zijn eigen bouw- en gebruiksgeschiedenis, karakter, kwaliteit en betekenis. Elk monument is dus uniek en vertelt een eigen verhaal. Mogelijkheden voor verandering zijn afhankelijk van uiteenlopende factoren, zoals monumentale waarde, perspectief op behoud, wensen ten aanzien van het gebruik en visie op het monument.

Een visie is noodzakelijk
Bij restauratie is het uitgangspunt behoud van de bestaande toestand door middel van herstel:conserveren en repareren op basis van een technische noodzaak, zoveel mogelijk aansluiten op de historische bouwpraktijk en alleen doen wat nodig is voor instandhouding en een duurzaam toekomstig gebruik. Voor andere ingrepen kan de historische gelaagdheid van het monument een vertrekpunt vormen voor nieuwe ontwikkelingen.

Kennis is de basis
Elke ingreep in een monumentaal gebouw of complex moet worden gebaseerd op kennis:kennis van het monument en zijn monumentale waarde, van zijn bouw- en gebruiksgeschiedenis, ruimtelijke context en betekenis, kort gezegd van het verhaal van het monument en de plek. Op grond daarvan kunnen de kernwaarden worden bepaald; de kenmerkende en essentiële waarden die bepalend zijn voor de mate waarin en de wijze waarop het monument kan worden aangepast.

Overwegingen bij werkzaamheden aan monumenten

Daarnaast zijn er overwegingen ten aanzien van specifieke vraagstukken en ingrepen aan monumenten. De uitgangspunten en overwegingen zijn inhoudelijk aan elkaar gerelateerd.

Reversibiliteit bij evident tijdelijk gebruik
Dit houdt in dat een toevoeging aan een monument ongedaan kan worden gemaakt zonder dat daarbij waardevol materiaal verloren gaat. Wanneer sprake is van aanpassingen ten behoeve van een evident tijdelijk gebruik, geniet een omkeerbare ingreep de voorkeur boven ‘vaste’ constructies.

Ontwerpkwaliteit van nieuwe toevoegingen
Uitgangspunt is dat de ingrepen zich op passende wijze moeten verhouden tot de typologie en karakteristiek van het monument, waarbij een goede functionaliteit gewaarborgd is.

Verstandig en passend verduurzamen
Aanpassingen van monumenten ten behoeve van verduurzaming kunnen effectief zijn, wanneer hiervoor kennis van instandhouding, bouwfysica en installatietechniek wordt ingezet. Dit vereist maatwerk; het monument bepaalt in belangrijke mate wat vanuit het oogpunt van monumentenzorg wenselijk en technisch mogelijk is.

Reconstructie is niet ondenkbaar
Hieronder wordt verstaan het herbouwen van een verdwenen monument, of verdwenen delen van een monument. Herbouw met behoud van de monumentenstatus is alleen denkbaar wanneer het gaat om een uniek en voor de gemeenschap belangrijk monument dat is verwoest, bijvoorbeeld door een calamiteit.

Verplaatsing alleen als laatste redmiddel
Demontage en herbouw van een monument op een andere plek is niet wenselijk. Dit leidt veelal tot verlies van monumentale waarde omdat daarbij historisch materiaal, detaillering en patina verloren gaan. Bovendien kunnen monumenten niet worden los gezien van hun historische en ruimtelijke context; deze samenhang bepaalt mede hun monumentale waarde. Verplaatsing vaneen monument is hooguit te overwegen als laatste redmiddel voor behoud.